Boekbespreking, In 500 words: The book thief, Markus Zusak

In 1901 bouwde Duncan MacDougall naar eigen ontwerp een nogal gecompliceerde weegschaal, en mat het gewicht van terminale tuberculose-patienten. Op het exacte stervensmoment werden ze allemaal een klein beetje lichter. De menselijke ziel bestaat dus, en hij weegt 21 gram. Diezelfde proef op honden toonde trouwens geen gewichtsverschil – honden hebben geen ziel, zoals iedere kattenliefhebber al lang weet.
Iedereen denkt ook altijd dat de mens sterft omdat de dood komt. Maar eigenlijk is het omgekeerd: wanneer je hart stopt, verschijnt de Dood en hij draagt je ziel zachtjes weg. Het in een zware job, je hebt nooit eens vakantie, maar iemand moet het doen. Die iemand ben ik.

DINGEN DIE JE MOET WETEN OVER THE BOOK THIEF:
 * Het is een klein verhaal, verteld door de Dood, voor kinderen en ook voor volwassenen
* Geregeld wordt het aangevuld door een korte opsomming, zoals deze.
* Er zijn 10 hoofdstukken, ieder genoemd naaar een belangrijk boek in het leven van Liesel.

De boekendief heet Liesel Meminger. Ze is negen jaar, met bruine, maar geen blauwe, ogen in het Duitsland van ’39. Ze woont bij pleegouders in de Hemelstraat, in het arme deel van een klein dorpje.
Liesel brengt na school de was rond, die haar moeder netjes gestreken heeft. In het huis van de burgemeester mag ze altijd even door de boeken in de bibliotheek snuffelen. En later, als geld schaars wordt, en de klanten een voor een afzeggen, blijft er daar altijd een buitenraam speciaal voor haar open staan.

EEN PAAR WEETJES OVER DE BOEKENDIEF:
* Ik heb haar in die tijd drie keer gezien: 1 keer op een witte dag, 1 keer op een zwarte en 1 keer in het rood.
* Het eerste boek dat ze leest is ook het eerste boek dat ze gestolen heeft. Op het kerkhof, in de witte sneeuw.
* Op het moment dat ze dat boek meeneemt, kan Liesel nog niet lezen.

Het mooiste boek heeft haar vriend Max, die in de kelder woont, speciaal voor Liesel gemaakt. Hij heeft het zelf geschreven en getekend op de losgescheurde en dan witgeverfde bladen van het boek van de leider.
Daarom schrijft Liesel, eens Max uit de kelder weg is, haar eigen boek, met haar verhaal. Over haar broertje, die in de sneeuw ligt. Over geelharige Rudy die een boek uit het koude water opvist, en haar wel wil kussen. Over haar steeds terugkomende droom, en die van Max. Over woorden die je op je rug trommelen, die in je mond aarzelen, of die zomaar zachtjes aan je voeten dwarrelen.

Op de rode dag, nadat de vliegtuigen weer weggevlogen zijn, en wanneer ze papa’s smeulende accordion ziet, laat Liesel het boek, dat ineens zo zwaar geworden is, vallen. Ik heb het toen stilletjes meegenomen.

Gisteren pas heb ik de boekendief terug gezien, en zij mij, voor het eerst. We wandelden even, samen. Ik gaf haar een oud, stoffig, zwart boekje.
“Is dit het echt? Ik kan het bijna niet geloven. Heb je het gelezen?”
“Ja, vele keren.”
“Heb je het begrepen?”
Ik wou nog zoveel zeggen, maar ik gaf haar het enige antwoord dat ik kon geven. En daarna enkel stilte.

Boekbespreking, In 500 words: “S”, Doug Dorst & J.J. Abrams

2014-02-04-the-ship-of-theseusMijn rijhuis heeft enkel een betegeld koertje. Gelukkig is er een mooi park kortbij, dus dat is nu mijn achtertuin. En die van de buurman, en van zijn buurman, en zo voor de hele straat. Maar iedereen mag zoveel ‘ie wil in onze tuin komen zitten, picknikken, of voetballen. Zo leer je trouwens nog eens wat mensen kennen.
Al mijn boekenkasten zijn ook weg. Ik heb een fantastische verzameling in de centrale bibliotheek. En iedere keer dat ik er één uitneem, hoop ik stilletjes dat een vriend het ook al gelezen heeft, en wie weet in de marge geschreven wat ‘ie er van vindt.

Jen is een studente die bijklust in de universiteitsbibliotheek. Eric is een doctorandus die uit de faculteit gezet is na een conflict met zijn promotor. Ze zijn allebei het boek “Ship of Theseus” aan het lezen.
Dat is boek is in 1949 geschreven door een zekere V.M. Straka, en vertaald door F.X. Caldeira. Niemand weet wie die mensen zijn, of het wel verschillende mensen zijn, of dat Straka de naam is van een socialistisch-anarchistisch collectief.
Eric en Jen hebben mekaar nooit ontmoet, maar ze laten voor elkaar handgeschreven berichtjes achter in de marge van het boek. Op zoek naar het mysterie van wie Straka is, wat de relatie tussen hem en de vertaler is. En waarom laat die vertaler gecodeerde berichten achter aan de auteur in de voetnoten van zijn boek?

Als je “S” koopt, krijg je een vergezelde slip case, met daarin het boek “Ship of Theseus”, inclusief de berichten van Jen en Eric, telkens in een andere kleur, en in een ander handschrift. Zij hebben het boek een aantal keer van voor tot achter gelezen, en je ziet die nota’s ook telkens in een andere kleur.
In het boek steken ook de brieven die Eric en Jen aan elkaar schrijven, postkaarten die ze elkaar sturen, kaarten, foto’s, pagina’s uit de krant, kattebelletjes op een papieren serviette van het unief-restaurant.
Je leest dus in parallel 2 verhalen: Ship of Theseus, over een man die zijn geheugen verliest, meegesleept wordt in de clandestiene verzetsbeweging tegen een wapenhandelaar, en die belandt op een schip dat tussen de plooien van ruimte en tijd lijkt te navigeren. En de zoektocht van Eric en Jen naar de identiteit van Straka.

“S” is het idee van J.J. Abrams (dezelfde die de TV-serie “Lost” gemaakt heeft). En dat soort wereld is ook wat je mag verwachten. Bovendien is “S” een antwoord op de opkomst van het e-book. Deze leeservaring moet je zien en voelen.

Stel dat je een zeilboot volledig op maat laat maken. Je herkent die onmiddellijk als jouw boot. Na een eerste tochtje, vervang je 1 plankje. Is het nog dezelfde boot, jouw boot? Ja toch. En wat als je nu, over maanden en jaren, één voor één ieder onderdeel vervangt. Je herkent ze nog als jouw boot, en toch is het een volledig ander schip. Dat is de paradox van het schip van Theseus. Wat is dat juist, identiteit?

Boekbespreking, In 500 words: If on a winter’s night a traveler, Italo Calvino

Je begint een bespreking te schrijven van het nieuwe boek van Italo Calvino, if on a winter’s night a traveler. Dat gaat over de Lezer die op het punt staat het nieuwe boek van Italo Calvino, if on a winter’s night a traveler, te lezen. Na ongeveer 30 bladzijden merkt hij dat de zinnen vertrouwd klinken, thema’s komen terug, de tekst staat vol herhalingen. Maar wacht even. Na pagina 32 komt weer pagina 17. De drukker heeft zich vergist. Maar misschien komt uiteindelijk toch nog pagina 33. Even verder bladeren, opnieuw naar 32. En daar komt 17 voor de 2e keer, weer iets later voor de 3e keer, …
De volgende dag dan maar terug naar de boekhandelaar. Die weet het wel: “Het is voorzeker een fout van de uitgever – ik heb al verschillende klachten gehad. De drukker heeft pagina’s van de Calvino verward met een Pools boek ‘Outside the town of Malbork’. Maar u krijgt zeker wel een nieuwe, correcte versie hoor.”
Je twijfelt. De verleiding slaat toe. Je bent nu toch al begonnen in dat andere boek, je kan evengoed verder doen. “Net als die jonge dame daar, die wou ook het Poolse boek”. Dat geeft de doorslag, als de Andere Lezer het wil, dan jij ook.
Dus met een gloednieuw boek naar huis. Je begint vol verwachting. En onmiddellijk blijkt dat het verhaal helemaal niets te maken heeft met het boek dat je gisteren begonnen bent. Het boek dat je nu vast hebt is trouwens helemaal geen Pools boek. De namen, de plaatsen komen uit een heel ander land, Cimmeria. En wat veel erger is, na het eerste hoofdstuk stopt het gewoon. Alle andere pagina’s zijn leeg.
Op naar de lokale universiteit. Er is vast wel een professor Oost-Europese literatuur die het een en ander kan verklaren. Ja hoor, uit de summiere beschrijving die je kan geven weet hij onmiddellijk over welk boek het gaat. En hij heeft er zelfs nog een examplaar van liggen dat je wel even mag lenen.
Eindelijk ga je eens rustig kunnen verder lezen. Maar verdorie, dit is weer een ander boek. Dat ook stopt na het eerste hoofdstuk.
Je bent aan het verdwalen in een labyrinth van verhalen . Allemaal in een compleet andere stijl. En die telkens stoppen na het eerste hoofdstuk, maar niet zonder je op weg te zetten naar een volgend boek.

Terwijl je worstelt met je bespreking, met het lege blad dat maar niet gevuld raakt, zie je uit je raam, in het dal beneden, een jonge vrouw die ook aan een bespreking bezig is. Misschien wel van hetzelfde boek als jij. Of wie weet over een boek van één van jouw favoriete schrijvers, “de slinger van foucault” misschien, of “the house of leaves”. Je bent zeker dat als je haar tekst kon lezen, die van jou veel vlotter zou gaan.
Ariadne had een draad om uit het labyrinth the ontsnappen. Jij niet – gelukkig.

In 500 words: Canada, Richard Ford

Het verhaaltje doet er niet toe (en alles dat gebeurt wordt toch zo vele keren, lang op voorhand aangekondigd), het gaat er uiteindelijk om hoe mensen omgaan met de gebeurtenissen in hun leven, de fouten die ze (of iemand anders) maken, en die ervoor zorgen dat het allemaal niet loopt zoals je gehoopt had. Ze wilden allemaal het beste, maar het resultaat is geworden zoals altijd.
Vader mist de verbeelding om een accuraat idee te vormen van zichzelf, en van zijn plaats in de wereld. Hij komt nooit tot een voldragen initiatief; het blijft bij halfbakken plannetjes. Die in slow motion meer en meer verkeerd lopen, en uitmonden in een amateuristische bankoverval die hem en moeder in de gevangenis doen belanden en de kinderen verweesd achterlaat. Uiteindelijk verdwijnt hij volledig uit het zicht en uit het geheugen, alsof hij nooit bestaan heeft. Hij is een spook, dat door de wereld gedwaald heeft zonder een objectief spoor na te laten. Maar wel, zonder hen ooit (aan) te raken, het leven van de 3 anderen in het gezin gestuurd heeft.
Moeder droomt van het glamoureuzere leven dat ze vindt dat ze verdient, maar heeft noch het karakter noch de energie om welke actie dan ook te nemen om dat effectief te verwezenlijken. Het eindigt op de enige manier dat het kan eindigen: meedoen aan de bankoverval, depressie in de gevangenis, zichzelf proberen uit te leggen in pseudo-memoires en dan zelfmoord.
De zoon (die het hele verhaal vertelt) wordt in Canada in veiligheid gebracht en ziet daar een dubbele moord gebeuren. Hij spendeert de rest van zijn leven om alles een plaats te geven. Om een theoretisch raamwerk te maken waar het in past, een set van aforismen die dienen als verklaring en zingeving.
Die overdenkingen komen stukje bij beetje aan het einde van ieder hoofdstuk. In zekere zin is heel het project futiel: hij komt er nooit toe om zelf emoties te voelen, of die van de anderen te onderkennen. Zijn bestaan blijft oppervlakkig en afstandelijk. Van de andere kant: hij is de enige die een min of meer normaal leven leidt, trouwt, een stabiele job houdt. Niet gelukkig of ongelukkig, gewoon content.
Zus staat wel als een compleet (emotioneel en rationeel) persoon in het leven. Maar ze heeft in haar jeugd nooit een rolmodel gehad, moet helemaal zelf uitvinden hoe het leven werkt, en maakt dus veel fouten. Weglopen met de eerste liefde, die achterlaten, proeven van vrijheid als een hippie, een paar huwelijken die niet blijven duren, op het einde in het trailerpark toch een partner vinden net voor ze crepeert aan kanker.

Als er al een impliciete moraal is, dan enkel dit: je moet het leven of jezelf niet begrijpen om oppervlakkig gelukkig te zijn. Maar alles wordt dan uitgevlakt en grijs. En je zal nooit contact hebben met de mensen die wel met hun emoties leven. Behalve misschien op het einde, als gewoon er even zijn al voldoende is, als afsluiting.