Physics is war

image

During its teenage and young adult years—what is now referred to as its “classical” period—physics made a lot of mistakes.

To put it plainly, classical physics is wrong. As such, there’s really only one thing to do—physicists have since abandoned the old, mistaken ideas, right? It’s reminiscent of how doctors discarded the system of humors, chemists chucked out phlogiston, and astronomers turned away from astrology and geocentrism.

Not quite. Classical physics in fact survives as the foundation for most of engineering.

Augustine

This irreverent collection of 52 “Peter Principles” of “What NOT to do” if one wants to become a successful problem-solving manager, is management thinking of a very high order. There is just nothing else like it in the management literature.

You’re not dead till you’re warm and dead

There are worse ways to die than by freezing. To be sure, it’s extremely unpleasant, but only for a while. At first, the cold gnaws at your skin, which soon goes slightly numb, the blood shunted away from the surface to protect your inner organs. Your body shakes as it tries to gin up heat, your heartbeat quickens, your breath comes faster, but the farther your body temperature drops from its usual 98-plus degrees, the less you feel or understand. At about five degrees below normal, you develop amnesia. As more warmth seeps out, you grow apathetic, then fall into a stupor. Just before you lose consciousness, you may engage in a mysterious activity called “paradoxical undressing”—ripping your clothes off—probably because at this point the blood floods back to your skin and you are suddenly very hot. Your kidneys start to fail. Urine may flow out of you, though you probably won’t notice; nor will you be aware that your breathing has now slowed while carbon monoxide builds up inside you. Your metabolism sputters like an engine out of gas. Your heartbeat becomes erratic. When your temperature sinks to about 75 degrees, your heart stops. Very shortly after that, your brain flatlines.

But sometimes, mistakes are made.

Norway

Morten Rustad trok de afgelopen 5 maanden samen met z’n camera door alle 19 provincies van Noorwegen; van het zuidelijke Vest-Agder tot het noordelijke Finnmark dat grenst aan Rusland. Tijdens deze 15.000 kilometer lange roadtrip maakte hij vele duizenden foto’s die hij achter elkaar heeft gemonteerd tot deze adembenemende, 5 minuten durende time-lapse.

Waarschuwing: afspelen is gratis, maar de reis die je erna wilt maken niet. Weet dus waar je aan begint. Tip voor als je het toch aandurft: zet hem op HD en op full screen.

(via hier)

Miauw

Dogs confirm us, cats confound us. Our relationship with cats is an “eruption of the wild into the domestic”. Cats blend in; their lethal instincts align with our interests; but they do not assimilate; they belong to the night.

image

The New York trilogy, Paul Auster

auster

Het is allemaal begonnen met een verkeerd nummer. Iemand belde op een avond Paul Auster en vroeg of hij verbonden was met het Pinkerton detective agentschap. Auster antwoordde negatief, en beëindigde het gesprek. De volgende dag belde de onbekende opnieuw, met dezelfde vraag, en hetzelfde antwoord. Zo ook de derde dag. Pas toen er de vierde dag geen oproep meer kwam, dacht Auster met spijt wat er gebeurd zou kunnen zijn als hij “ja” geantwoord had.

Hij gebruikte dat voorval later in een boek: de telefoon die rinkelt, en de stem aan de andere kant die vraagt naar iemand die hij niet is; – maar dan zoals het had moeten lopen.

 

(I) Een man belt de schrijver David Quinn op, met de vraag of hij bij de detective Paul Auster is. Voor een zeer dringende zaak. Maar er is daar niemand met die naam.

De tweede keer dat de telefoon rinkelt, is Quinn te laat – de man heeft al opgehangen. Maar de derde keer: “Met Auster, wat kan ik voor u doen?”

Quinn noteert alles wat er dan gebeurt nauwgezet in een rood notaboekje.

 

(II) Eerst en vooral is er Blauw. Later Wit, en dan Zwart. En nog voor het begin, Bruin.

Bruin heeft hem het vak geleerd, en toen Bruin oud werd, nam Blauw de zaak over. Dan wandelt Wit het detectivekantoor binnen, en begint het.

De zaak lijkt simpel genoeg: Wit wil dat Blauw de man Zwart schaduwt.

Blauw ziet Zwart zitten, achter zijn bureau. Hij schrijft met een rode vulpen in een notaboek.

De dagen gaan voorbij. Zwart schijft, leest, maakt soms een korte wandeling door de buurt.

 

(III) Zeven jaar geleden kreeg ik een brief. Fanshawe was verdwenen, schreef ze. Het was al zes maanden geleden dat ze nog iets van hem gehoord had. Hij was waarschijnlijk al lang dood.

“Hij is altijd blijven schrijven?”, vroeg ik. Het was ingewikkelder dan dat: een paar maanden voor zijn verdwijning had hij haar beloofd dat hij binnen het jaar iets zou uitgeven. En als hij om de een of andere reden zijn belofte niet zou houden, mocht ze al zijn manuscripten aan mij toevertrouwen. Vond ik het allemaal moeite niet waard, moest ik de papieren teruggeven. En zij zou ze vernietigen, tot de laatste pagina toe. Ik heb alles gepubliceerd, werd er rijk en beroemd mee. En ik ben op zoek gegaan naar Fanshawe.

 

Het appartement is leeg nu. In 1 van de kamers ligt het rode notaboek. De laatst geschreven zin: “Waarom zijn er geen pagina’s meer in het rode notaboek?”

 

Jaren later gaat bij Paul Auster opnieuw de telefoon. Men vraagt naar Quinn. Auster checkt het nog eens: u zoekt een meneer King? Nee, nee, het moet Quinn zijn.

Iemand belt naar een schrijver en vraagt naar het hoofdpersonage van 1 van zijn boeken. Van een boek notabene dat ontstaan is uit een verkeerd verbonden telefoongesprek.

 

De geschiedenis herhaalt zich misschien niet, maar ze rijmt wel.

Sum: Forty Tales from the Afterlives (David Eagleman)

sum

God mag dan al een hele tijd dood zijn (volgens Nietzsche), maar dat zegt natuurlijk nog niets over het hiernamaals. Over die zaak moet je, als wetenschapper met een open geest, toch iets zinnigs kunnen zeggen. Als je de wetenschappelijke methode rigoureus toepast, waarnemingen verzamelt, een theorie opbouwt, experimenten bedenkt om die te staven, bijstuurt als de resultaten een andere werkelijkheid laten zien dan je theorie impliceert.

Ik kan zo al zeker 47 namen opnoemen van mensen die het geprobeerd hebben, fysici, psychologen, zelfs 2 Nobelprijswinnaars. Geen van hen heeft resultaat geboekt.

Maar stel nu dat je met een verwante, gevoelige ziel af zou spreken dat wanneer 1 van jullie sterft, die vanuit het hiernamaals zo snel mogelijk een boodschap stuurt. De andere concentreert zich dan om het bericht te ontvangen. Uit zo een experiment moet toch iets te leren zijn.

En dus draait Thomas Lynn Bradford op een avond de gaskraan open. In haar verduisterde appartement concentreert Ruth Doran zich. Later die week kopt de krant: “Medium hoort niets”.

 

2e poging.

God mag dan al een hele tijd dood zijn (volgens Nietzsche), maar dat zegt natuurlijk nog niets over het hiernamaals. Over die zaak moet je, als wetenschapper met een open geest en gevoel voor literatuur, toch iets zinvols kunnen zeggen. Als een collectie kortverhalen, misschien. Die de lezer doen nadenken, over hoe het daar zou kunnen zijn, en vooral over hoe het hier is.

 

(Uit het Latijn: “sum”, ik ben.)

In het hiernamaals herbeleef je al je ervaringen uit deze wereld, maar in een andere volgorde: alle gelijkaardige momenten volgen elkaar op.

1 jaar boeken lezen. Anderhalve week reviews schrijven voor leesmenu. 2 uur trots zijn dat je schrijfsel gepubliceerd zijn, 6 minuten je zorgen maken of er toch geen schrijffout is blijven staan.

1 jaar looptraining, 4 dagen staan wachten in de regen en kou voor de start. 15 dagen marathons, 3 uur je afvragen waar je in gods heren naam aan begonnen bent. 10 minuten euforie terwijl je over de finish komt. Je zweet kriebelt, maar je moet wachten tot die ene, 200 dagen lange douche.

51 dagen voor je kleerkast staan en twijfelen wat je gaat aandoen. 9 dagen doen alsof je snapt waar het gesprek over gaat. 6 maanden TV reclame kijken. 4 weken in gedachten verzonken, twijfelen of je toch niet beter iets anders zou gaan doen. 18 dagen voor de frigo staan, 3 jaar eten. 14 minuten puur geluk. 3 maanden de was doen. 2 dagen je veters knopen. 3 dagen de verdeling van de restaurant-rekening uittellen. 67 dagen met een gebroken hart. 4 minuten je afvragen hoe je leven er zou uit zien als je de volgorde van de gebeurtenissen kon veranderen.

In dit hiernamaals beeld je je iets zoals je aardse leven in. Een leven waarin alles in kleine stukjes gebeurt, waar alle momenten weer voorbijgaan, waar je van de ene ervaring naar de andere kan springen, zoals een kind van de ene plas water naar de volgende.

(Nog 39 levens te gaan)