Boekbespreking: de bonobo en de 10 geboden (Frans de Waal)

De bonobo en de tien geboden

Visioenen uit het hiernamaals (Hieronymus Bosch, omstreeks 1504)

De bonobo en de tien geboden - PlataanOm de hoek van restaurant ’t Crabbetje, net buiten de jungle van de Hollandse randstad, ligt een alleraardigst hotel. “De Plataan” heet het, en de eigenaar heeft dat natuurthema consequent in de inrichting doorgetrokken. De muren zijn in zachtbruine tinten beschilderd met een licht chaotisch, zich nooit herhalend landschap. Het bedhoofdeinde heeft de vorm van een espeblad. Iedere spitse hoek is kunstig vermomd als een boom, inclusief takken die het plafond dragen. Buiten op het balkon van de kamer staat een polyester koe.

En op een zwoele zomeravond, het begint al een beetje te schemeren, lig je op je luie kont wat te snoezelen op het terras. Een lekker rijpe banaan als late-night snack in je ene poot. En met de andere af en toe afwezig krabbend in je pels.

Uit een ebbenhouten doosje dat iets verder op de boomstronk staat, komt een zachte stem, die zegt: “Each week on our program of course, we choose a theme; bring you different kinds of stories on that theme.” Iets later hoor je het verhaal van Maurice Temerlin en zijn vrouw. Die zagen het niet zitten om zelf kinderen te krijgen, maar adoptie was misschien wel iets. En omdat hij professor psychotherapie was, en zij sociaal werker, meteen ook een uitgelezen kans om eens te kijken wat er nu aan was van dat hele “nature versus nurture” debat. Zo kwam Lucy, 2 dagen oud, bij de Temerlins wonen.

bosch1Lucy leerde al snel zelf haar flesje vasthouden, zich aankleden, met mes en vork eten. Maar wat nog het meest verbaasde was de vanzelfsprekendheid van de hele situatie: iedere keer dat iemand op bezoek kwam, wandelde Lucy op haar gemak naar de keuken, zocht in de kast naar de smaak waar ze die dag zin in had, deed water in de ketel, zette die op het vuur, en maakte een mok thee. Met een air van: Ja en? Ik maak thee, en ik zou willen dat jij ook wat drinkt. Want zo doen we dat in ons gezin, als er bezoek komt, drinken we thee.

En dan duurt het toch heel even voor je beseft: O ja, Lucy was een chimpansee.

 

Een paar maanden later; het is al kouder buiten, vroeger donker, natter ook. Bij het binnenkomen hang je je 2e pels nonchalent over een poot. Je gaat schrijlings zitten, want daar vooraan is een andere primaat al druk bezig met vertellen.

Hij gebaart dat mensapen zich moreel gedragen. Ze zijn bewust van hoe anderen zich voelen, steken een helpende poot toe, troosten wie verdrietig is. Zorgen ervoor dat het gemeenschapsgevoel blijft bestaan.

Dan staat er iemand recht die zegt dat het zo niet zijn kan, want de moraliteit komt van de ratio, en die is pas in wetten gegoten na de Franse Revolutie. Beesten en oude Grieken hebben dat niet meegemaakt, dus hoe kunnen die dan moreel handelen? En weer een ander poneert dat de moraliteit van Boven komt, want als er geen macht is die het universum heeft geordend, wie bepaalt dan wat goed of slecht weze?

Maar zij dwalen.

 

Het aards paradijs (linkerpaneel  van “De tuin der Lusten”, Hieronymus Bosch, omstreeks 1500)

bosch2aBijen en insecten werken weliswaar als groep samen, maar dat is puur instinctief. Ze hebben geen besef van de anderen – gedragen zich als de cellen van 1 lichaam. Zoogdieren, en vooral primaten, hebben wel aandacht voor de mede-aap, en voor zijn behoeften. Ze kunnen dezelfde emoties ervaren, weten hoe iemand anders zich voelt.

Dat komt omdat we uitgerust zijn met spiegelneuronen: hersencellen die actief worden als je zelf iets doet, maar ook als je iemand anders de identieke handeling ziet uitvoeren. Door die breinbedrading kunnen we ons (in bepaalde mate) inbeelden hoe het is om in de ander zijn schoenen te staan. Empathie ontstaat uit die lichamelijke synchronisatie.

Waarschijnlijk zijn die spiegelneuronen evolutionair ontstaan omdat ze ouders helpen om voor hun kinderen te zorgen: om de noden van een baby, die zelf nog niet goed kan communiceren, te voldoen, moet je kunnen interpreteren wat die noden zijn. Dat is zeker belangrijk in soorten die weining nakomelingen krijgen, of waar de kroost in de eerste levensjaren nog relatief hulpeloos is. Via de spiegelneuronen beschouwen we kinderen bijna als een extensie van onszelf. Net zoals we intuïtief voor ons eigen lichaam zorgen, doen we dat dan ook voor hen.

Empathie rijkt verder dan de direkte familieband, dan de zorg om het voorbestaan van je eigen genen: de meeste groepen primaten bestaan uit individuen die niet aan elkaar verwant zijn. Toch gedragen ze zich empathisch in directe contacten met andere apen waarmee ze regelmatig omgaan. Als 2 bonobo’s vechten, komt een ouder vrouwtje of mannetje er dikwijls tussen om de rust te herstellen.

Omdat je in groep leeft, heeft iedereen er (indirect, maar toch) belang bij dat de groep goed samenwerkt. Dat is zeker het geval wanneer je in groep moeten jagen om aan voedsel te komen: alleen red je het niet. En het blijkt ook dat bonobo’s (die samen jagen) meer empathisch zijn en beter voor elkaar zorgen, dan chimpansees (die solitair jagen). Anders gezegd: de drijfveer voor dit gemeenschapsgevoel is verlicht eigenbelang. Daarom zien we bonobo’s zich ook gedragen alsof ze zich bewust zijn van hun reputatie, en van de noodzaak om die te onderhouden. Als een jong mannetje zich wat wild gedragen heeft, zal het de dagen erna heel opvallend voor het oog van iedereen vriendelijk zijn tegen zijn slachtoffer.

Nu heeft de natuur er een handje van weg om de gedragingen die nodig zijn voor het voortbestaan plezierig te maken, te verbinden aan positieve emoties (de alfa-aap in u denkt nu onbewust aan seks). Vandaar dat wij het nog steeds leuk vinden, emotioneel bevredigend zelfs, om anderen te helpen.

 

Primaten kunnen dus wel handelen op een manier die we moreel noemen, maar ze hebben daarom nog geen moraal. Hun gedrag is puur emotioneel gestuurd, niet rationeel onderbouwd. En het is beperkt: ze handelen moreel in een kleine groep, waar iedereen iedereen kent, en waar iedereen alles ziet dat er gebeurt.

Voor de ontwikkeling van een echte moraal hebben we nog iets nodig. Iets dat enkel bij mensen voorkomt: veel grotere groepen. Steden eigenlijk.

Want in zo een stad ken je niet iedereen. Ook het effect van je reputatie is beperkt: je vindt altijd wel mensen die je vroeger gedrag niet kennen. Of je loopt er subtiel de kantjes wat van af, zonder daarmee rechtstreeks iemand te schaden, maar je profiteert wel lekker van de gemeenschap. Daarom hebben we nood aan een stel gecodificeerde regels dat je verteld hoe je je moet gedragen in situaties waar je empathie en emoties geen leidraad bieden.

 

De schepping van de wereld (buitenpanelen  van “De tuin der Lusten”)

bosch3Hoe komt religie er dan bij? In grotere samenlevingen bestaat de behoefte aan toezicht om samenwerking af te dwingen. In kleine groepen houdt de zorg voor je eigen reputatie je wel in de pas. Nu hebben we iets, of nog beter iemand, nodig die alles nauwlettend in het oog houdt. Een abstracte grote broer die ziet als je over de schreef gaat, en je op je vingers tikt. De locale machthebber en ordehandhavers zijn beperkt in hun kunnen, maar god is overal en ziet alles. Religies maken dus geen morele wetten, maar ondersteunen ze, dwingen ze af.

En hoe zit het dan met de wetenschap, die moderne god?

Het blijkt dat telkens wanneer authoriteit zich uitsluitend steunt op wetenschappelijke redeneringen, het leidt tot uitwassen zoals eugenetica, de proeven van Mengele, of experimenten als de grote sprong voorwaarts in China, die tot massale hongersnood leidde. Wetenschap kan wel heel goed observaties verklaren, maar het is iets heel anders om na de feiten uit te leggen wat er gebeurd is, dan het is om gedragsregels uit te vinden die een betrouwbare leidraad vormen in nieuwe, onbekende situaties. Trouwens, sinds Gödel weten we dat ieder axiomatisch systeem per definitie tot mislukken gedoemd is. Ofwel kies je (relatief) weinig uitgangsstellingen, en dan zijn er (morele) vragen waarop je geen antwoord kan beredeneren (strikt genomen: dan zijn er stellingen waarvan je niet kan bewijzen of ze waar of vals zijn). Ofwel kies je meer axioma’s, en dan spreek je jezelf soms tegen (dan zijn er stellingen waarvan je kan bewijzen dat ze waar zijn, maar ook dat ze vals zijn). De wetenschap kan dus geen finaal antwoord geven op morele vraagstukken.

David Hume maakte ook al het onderscheid tussen hoe de dingen zijn (“ist”) en hoe ze zouden moeten zijn (“soll”). Die twee zijn niet hetzelfde, en je kan niet zomaar, zonder extra rechtvaardiging overgaan van ist naar soll.  De bron van ons moreel handelen zijn altijd emoties, en daarna verzint de ratio een verklaring voor wat er net gebeurd is. Je kan de moraal niet zomaar afleiden uit empirische observaties. Maar de wetenschap kan wel verklaren waarom bepaalde gedragingen de voorkeur genieten, waarom onze moraal is zoals hij is.

 

Er zijn fossielen gevonden van ernstig gehandicapte voorouders die toch lang hebben geleefd. Dat is enkel mogelijk als ze door hun gemeenschap gesteund en onderhouden werden. Ons moreel gedrag is dus duizenden jaren ouder dan zowel religie als wetenschap.

Noch het bestuderen van heilige boeken noch de wetenschap kan vertellen wat goed of fout is, maar kennis van de natuur helpt ons te begrijpen hoe en waarom we om elkaar zijn gaan geven en waarom we ernaar streven om moreel te zijn. De kracht van onze aangeboren moraal is beperkt, en dus hoe meer we de reikwijdte van de moraal uitbreiden, hoe meer we moeten leunen op ons intellect.

 

De hel (recherpaneel van “De tuin der lusten”)

bosch2cNog later, het wordt al warmer ‘s avonds, en je ligt weer op dat terras. Uit het kastje komt nu een andere stem, die vertelt over zijn jeugd, aan Lake Wobegon “the little town that time forgot, and the decades cannot improve; where all the women are strong, all the men are good looking, and all the children are above average”.

Hij praat over hoe de boer varkens slachtte. En dat, jonge jongens, ze steentjes gooiden naar de wachtende biggen. En sloegen met takken; ze krijsten van de schrik. Want al vermoeden die niets, dood zijn ze eigenlijk toch al, dus wat geeft het, je kan wel wat pret beleven met die beesten.

Tot de boer uit de schuur kwam gelopen, druipend mes in de hand, zijn schort rood van het bloed. De jongens van het erf afranselde, en hen verwenste. Ze liepen allemaal weg, maar die ene was trager. En hij hoorde de boer roepen dat het niet is omdat je het dier dooddoet, je gezin wil eten, dat je het niet met respect moet behandelen.

 

Middenpaneel van “De tuin der lusten”

bosch2bEn door je oogleden, die zachtjes dichtvallen, zie je een vogeltje dat je voorouders een braam voert, een plant die uit een ei groeit, mansgrote vruchten, vliegende vissen en een griffioen, behaarde wilden, zeemeerminnen en zeeridders, olifanten en kamelen. Je staat langzaam op, en volgt de groep, allerwijle meezingend.

 

 

Onder de groene hemel, in de blauwe zon

Speelt het blikken harmonie-orkest in een grote regenton

Daar trekt over de heuvels en door het grote bos

De lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch

En we praten en we zingen en we lachen allemaal

Want daar achter de hoge bergen ligt het land van Maas en Waal.

 

 
(Het boek verwijst naar de allegorische schilderijen van de laat-middeleeuwse Nederlandse schilder Hiëronymus Bos. Deze review doet dat dus ook).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *