Bolero

tumblr_m6x30g1QMG1qasz79o1_1280

In the movie the ring, if you see a particular video, you will die within 24 hours.

In real life: “Both Ann Adams and Maurice Ravel were unraveling in exactly the same way, at exactly the same speed, to the same soundtrack you might say, just 60 years apart. And Bolero, in both their cases, was the same first symptom.”

Bookbespreking: consciousness explained (Daniel Dennett)

Je hebt het voorzekers ook wel eens, dat je een woord zoekt, maar er even niet op kan komen. Het ligt op het puntje van je tong, je bent zeker dat je het weet, wacht nog even, zodadelijk heb je het.

Je vindt dat woord niet onmiddellijk omdat Fonske net met iets anders bezig is, en even geen tijd heeft. Fonske is het manneke dat in je hoofd leeft, en daar de bibliotheek van je geheugen beheert. Als je je iets wil herinneren, bel je Fonske. Hij zoekt in zijn grote cataloog op in welke kamer, kast, schap, boek en pagina die kennis neergeschreven staat. Dan neemt Fonske zijn boekenmand, schuifelt de lange, kronkelige gangen door, rolt een ladder op haar wieltjes langs de vloer-tot-plafondkasten, klautert naar boven, strekt zijn arm helemaal uit, en kan nog net met zijn vingertoppen het juiste volume vastpakken. Hij legt het in zijn mandje, daalt de ladder af, schuifelt weer helemaal terug, schrijft alles netjes over op antwoordpapier en plopt het in de buizenpost.

Maar dan ligt dat boek natuurlijk nog steeds op zijn tafel. Dus om de zoveel tijd moet Fonske alle boeken verzamelen op een rolkarretje en één voor één op hun juiste plaats terugzetten. Meestal doet hij dat ‘s nachts, maar als het heel druk geweest is, soms ook overdag. Als jij net op dat moment belt, dan is er natuurlijk niemand die opneemt. En Fonske wordt ook al een dagje ouder, is niet meer zo goed te been. Het ophalen en terugbrengen gaat een beetje moeizamer. “Jaja, mijn geheugen is ook niet meer wat het ooit was”, zeg je dan.

 

Zo dachten we er in ieder geval vroeger over. Heel lang geleden, in de tijd dat Roger Dillemans nog rektor was van de K.U.Leuven, dat professor doctor ingenieur doctor honoris causa (twee maal, als ik mij niet vergis) Jacques Eerwaarde Heer  Peeters s.j. op een oude fiets nog langs de Celestijnenlaan reed, en dat Theo Van der Waeteren (ook professor doctor ingenieur, misschien ook honoris causa, dat weet ik niet) één keer per jaar alle ramen van het Thermotechnisch Instituut openzette en voor zijn studenten de vliegtuigstraalmotor (de oudste nog werkende in de hele wereld) in de gang stak. Of aan zijn werkman vroeg om met perslucht het grote vliegwiel van de 20 liter, één-cylinder Bollinckx dieselmotor op toeren te brengen, en dan op het juiste moment de motor zelf. De zoete geur van verstoven brandstof, de diepe chouf-chouf van de piston, de vloer die alle derde-jaarsstudenten zachtjes deed meeresoneren op dezelfde cadans.

 

Maar nu geloven we dat niet meer. Een filosoof zegt zelfs dat er helemaal geen homunculusje is dat door jouw ogen naar de wereld kijkt, naar de film over wat zich zoal daar buiten afspeelt. Dat je ziel niet iets is dat apart bestaat van je hersenen. En dat zo een aparte ziel trouwens logisch gezien helemaal niet kan bestaan: als de ziel volledig los staat van de cellen en moleculen onder je hersenpan, als hij immaterieel is, vrij van de wetten van de fysica, hoe kan hij dan interageren met je lichaam, er informatie van krijgen en bevelen terugsturen? Het is zoals een spook: als dat vlot door de muur loopt, dan beweegt zijn hand dus ook los doorheen de lichtschakelaar. Hoe doet ’ie het licht dan aan of uit?

 

Nee, je hersenen bestaan uit miljoenen neuronen, onderling met elkaar verbonden. Die vormen kleine verwerkingscentra, allemaal parallelle processen, ieder met zijn gespecialiseerde functie: trek je hand terug als het pijn doet. Eet iets op dat zoet ruikt. Die donkere vlek in de lucht daar wordt groter en groter, best even wegduiken.

Dat gedrag is hard-gecodeerd in je hersenen, gewoon omdat het evolutionair voordelig is: de beestjes die geïnteresseerd blijven kijken naar de overvliegende havik overleven meestal niet zo lang als hun broertjes die wegvluchten. Dus de genen die, per toeval,  aanleiding geven tot hersen-structuren die een voordelig gedrag genereren, verspreiden zich. En andere genen sterven uit.

Iets later in de evolutie zou blijken dat als je kan communiceren met je soortgenoten je daar ook weer voordeel uit haalt. Je kan elkaar wijzen op gevaar, of helpen bij een moeilijke taak. Dus die genen verspreiden zich ook, en voor je weet zit iedereen tegen elkaar te brabbelen. En al snel tegen zichzelf, eerst luidop en later stillekes. Op die manier help je jezelf: door één deel van je hersenen te laten praten, en een ander deel te laten luisteren kan je informatie overdragen tussen verschillende hersencentra die niet rechtstreeks verbonden zijn, die anders niet met elkaar kunnen communiceren en dus niet kunnen samenwerken. Door constant tegen jezelf te praten, zorg je er voor dat al je afzonderlijke hersencentra werken rond één centraal thema (nl. het ding dat je nu aan het doen bent) i.p.v. dat ieder centrum gewoon zijn eigen ding doet. Je hebt je leren concentreren. Natuurlijk werk niet ieder centrum op ieder moment even hard mee; de rode draad meandert door je hersenen, en ieder centrum voegt op  tijd en stond een stukje toe.

 

Dat gesprek dat je constant met jezelf voert, is je bewustzijn. Het steunt op de aangeboren, fysieke structuur van je hersenen, maar het is ook aangeleerd, omdat je successvolle truukjes (spreken, taal) overgenomen hebt van de cultuur die je omringt. Zo tegen jezelf praten levert een evolutionair voordeel op, en daarom kunnen we het ondertussen allemaal (want onze voorouders die het niet konden, zijn ondertussen uitgestorven). Dus we doen het nu automatisch, zoals een spin zonder na te denken haar web weeft.

Ons web is niet gemaakt van draden, maar van woorden en begrippen. De continue stream of consciousness verenigt de verschillende delen van wie we zijn tot één geheel. En het bewustzijn, onze ziel, is niets meer dan het middelpunt van dat (constant evoluerend) web. En zo is het dus dat er uit onbezielde materie iets kan ontstaan dat heel immateriaal lijkt.

 

Je persoonlijkheid is met andere woorden niets meer dan het resultaat van alle verhalen die je continu aan jezelf vertelt, over jezelf en over de wereld. Over een pastoor op een vrouwenfiets, over een straalmotor met zijn uitlaat door de buitenmuur, en over al van die dingen.

 

 

Naschrift

Net zoals het middelpunt van een geometrische figuur eigenlijk een abstract begrip is, is je ziel (het middelpunt van je web van verhalen) dat ook. Dat wil dan ook zeggen dat de ziel werkelijk onsterfelijk kan zijn. Zolang er iets of iemand is die al jouw verhalen vertelt, zoals jij ze zou vertellen, blijft je ziel bestaan – wie of wat die iets of iemand ook mag zijn. En zelfs als het niet dezelfde is als gisteren.

Het verhaal van Theo Van der Waeteren (08/05/1930-24/10/2012), emeritus gewoon hoogleraar aan de Faculteit Ingenieurswetenschappen staat hier, vanaf pag. 6