Verkiezingen

Al tamelijk snel na het binnenkomen van de eerste uitslagen, twitterde Lode Vereeck (ik ken die mens verder ook niet, maar hij schijnt op het moment te kandideren voor de liberalen) dat dit geen zwarte, maar een witte zondag aan het worden is. Bij nader inzien denk ik dat hij hiermee de nagel op kop geslagen heeft. En dat is een veel belangrijker feit dan de winst van deze of gene partij.
De jongeren onder u herinneren het zich misschien niet meer, maar voor het eerst in bijna 20 jaar ziet het ernaar uit dat we nog eens echte formatie gaan krijgen. Sinds die beruchte zwarte zondag, heeft het Vlaams Blok consequent 15 tot 25% van de stemmen gehaald. Door het condon sanitair, stonden die stemmen (of beter gezegd: de zetels waarin ze in de respectievelijke parlementen omgezet werden) buitenspel. Maar de democratische partijen moesten wel met de overblijvende stemmen (dus pakweg 75 tot 85%) een meerderheid weten te vormen. Het is natuurlijk veel moeilijker om tot de helft + 1 te komen als je maar met goed drie vierde van de blokken kan spelen.
Dus het aantal mogelijke coalities werd al van in het begin beperkt. Met een beetje zin voor overdrijving: er waren bijna geen coalitie-gesprekken nodig. Zodra de stemmen geteld waren, en de exacte zetelverdeling vast lag, bleken er maar heel weinig werkbare meerderheden mogelijk.
Nu dat het Vlaams Blok tot insignificantie gereduceerd is, is de situatie helemaal anders. Ondanks het feit dat er een duidelijke winnaar is (of, om niemand voor het hoofd te stoten: duidelijke winnaars, want ook een andere traditie die een beetje in onbruik was geraakt, beleeft zijn come-back: iedere partij vindt in de uitslag argumenten om te zeggen dat ze, zo al niet gewonnen, dan toch zeker niet verloren heeft), zijn er ineens een hele hoop coalities mogelijk. Sommige met die winnaars, maar ook een aantal zonder hen.
Dat betekent dat de kiesstrijd nu weer zijn volledig democratisch verloop kan kennen:

  • Eerst zetten de verschillende partijen duidelik hun visie en programma voor de maatschappij uiteen. En dank zij initiatieven zoals rekening 14 zijn die programma’s ook nog eens gedetailleerd berekend, becommentarieerd en bediscussieerd
  • Daarna mag het volk zijn mening over de verschillende programma’s geven. Uit dat plebisciet komt een rangschikking, eventueel zelfs met een duidelijke winnaar. Maar (althans in de praktijk in ons kiessysteem) geen absolute meerderheid voor 1 partij.
  • Dat wil zeggen dat na de stembusgang de vertegenwoordigers van de partijen (dus de voorvechters van die verschillende programma’s) moeten zoeken naar een consensus: naar het gezamelijke project dat (althans indirect volgens de verkiezingsuitslag) op de steun van een meerderheid van het volk kan rekenen

Het systeem zorgt er voor dat al de verschillende persoonlijke meningen van alle kiezers eerst kristalliseren tot een beperkt aantal programma’s, en dat die dan verder verfijnd worden tot 1 regeringsverklaring waar een meerderheid het mee eens kan zijn. Waar eenieder niet zijn volledige goesting in vindt, maar wel zou moeten kunnen leven.
De partijboegbeelden moeten dus nu in democratisch debat treden met elkaar, om tot zo een consensus te komen. Want dat is toch de kern van de democratie: een geciviliseerd debat tussen verschillende meningen.
En ja, het zou kunnen dat de grootste partij of de partij die het meest vooruitgaat, zijn plaats in die consensus niet vindt.. Dat is al eerder voorgekomen (al gebied de eerlijkheid natuurlijk om te zeggen dat, net zoals het niet democratisch is om te verwachten dat die partij of partijen per definitie deel uitmaakt van de regering, het ook niet correct zou zijn om ze de deelname te ontzeggen. Ieder moet zijn eerlijke kans krijgen, en hoe meer stemmen verzameld, hoe groter die kans mag zijn).
Die laatste faze, van coalitievorming door dabat, was recentelijk verworden tot een bijna boekhoudkundige operatie. Aangezien er nauwelijks alternatieven waren in de coalitievorming, waren de verschillende partijen bijna tot elkaar veroordeeld . Het kwam er bijna toe dat iedre partij een aantal minister-posten kreeg toegewezen (overeenkomstig haar electoraal gewicht), en in die domeinen haar ding mocht doen. Zonder zich al te veel aan te trekken van de anderen.
Maar deze keer kan het anders: omdat er nu wel veel verschillende mogelijkheden zijn, wordt de colatievorming een echt debat. Een kwestie van elkaar vinden, ergens in het midden.
De periode na de verkiezingsdag lijkt even boeiend te worden (en hopelijk op een constructieve manier) als de periode ervoor. Het enige dat we nu nog nodig hebben is een ervaren kroniekschrijver, om binnen een paar jaar, het hele proces bloot te leggen (Hugo De Ridder, waar ben je?).
Het blijvende effect van deze verkiezing is niet dan de ene of de andere partij gewonnen heeft, maar dat de democratie nu weer volledig kan spelen. Het is aan de kopstukken om zich zo te gedragen dat dit ook effectief gebeurd.